Denkfout rechter in zaak Cambuur/De Graafschap versus de KNVB

Met enige verwondering hebben wij kennis genomen van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland in de zaak van Cambuur en de Graafschap tegen de KNVB. Ook waren wij verbaasd over de daaropvolgende gelatenheid van de partijen, die hebben aangegeven dat de rechter nu eenmaal heeft geoordeeld en dat blijkt dat de KNVB de besluiten heeft mogen nemen. Hierbij dient toch de kanttekening gemaakt te worden dat het hier enkel een kort geding betreft, waarin de rechter slechts een voorlopig oordeel velt, op basis van een marginale toetsing. Zowel hoger beroep als een aparte bodemprocedure waarin de zaak écht tot op de bodem kan worden uitgezocht en over de zaak met meer diepgang kan worden gediscussieerd staat nog open. Juist dit is een zaak die zich hiervoor bij uitstek leent en ook een groot algemeen belang dient.

De uitkomst van het besluit van de KNVB en het oordeel van de Voorzieningenrechter is zowel op sportieve gronden als op juridische gronden erg onbevredigend. Op sportief vlak is het bizar vast te stellen dat een club (RKC) die statistisch gezien niet of nauwelijks kans had degradatie te ontlopen niet degradeert en een club (Cambuur) die statistisch een bijna 100% kans had om te promoveren volgend jaar niet in de Eredivisie speelt.

Juridisch is het besluit en het oordeel van de voorzieningenrechter onbevredigend, omdat het besluit van de KNVB simpelweg in strijd is met de van toepassing zijnde reglementen en de voorzieningenrechter naar onze mening op een aantal punten een verkeerd oordeel heeft gegeven. Wij zullen het meest van belang zijnde punt hier bespreken. Wij starten met een verkort resume van onze eerdere uitgebreide analyse die wij publiceerde.

  • Problematiek en reglementen

De competitie is door de KNVB voortijdig gestopt, omdat wedstrijden van overheidswege niet meer gespeeld mochten worden tot en met 1 september 2020. Wat hiervan ook zij, vaststaat dat wedstrijden niet meer zullen worden gespeeld, dus in principe worden zij dus niet tijdig, binnen de duur van de competitie gespeeld. De duur van het seizoen is volgens de reglementen 1 juli t/m 30 juni. In artikel 16, lid 10 sub a van de Reglement wedstrijden Betaald voetbal wordt bepaald wat er gebeurt wanneer een wedstrijd niet tijdig kan worden gespeeld als gevolg van een verbod van overheidswege.

“artikel 16 lid 10. a. Indien van overheidswege een wedstrijd wordt verboden, dient deze alsnog te worden gespeeld binnen een termijn van acht weken vanaf de oorspronkelijke wedstrijddatum, doch uiterlijk voor het einde van de reguliere competitie en in ieder geval voor de eerste play-offwedstrijd.”

In dit geval was het niet mogelijk de geplande wedstrijden uit te spelen. In die situatie beslist het bestuur Betaald voetbal nadat zij de beide clubs heeft gehoord.

“e. Wanneer de wedstrijd niet tijdig conform het bepaalde onder a, b, c dan wel d kan worden gespeeld, beslist het bestuur Betaald voetbal, gehoord hebbende de beide betrokken clubs.”

Dit betekent dat het bestuur Betaald voetbal per wedstrijd die nog niet is gespeeld, beide betrokken clubs had moeten horen (de hoorplicht) en vervolgens neemt het bestuur per wedstrijd een besluit (bijvoorbeeld alle wedstrijden 0-0), welk gezamenlijke besluiten de uiteindelijke ranglijst tot gevolg heeft, maar vervolgens nog getoetst kan worden aan andere reglementen en aan de wet.

  • Uiteindelijke ranglijst

Het voorgaande ziet op het verloop van de competitie. Dit is van belang omdat in artikel 17 Reglement wedstrijden Betaald voetbal is omschreven hoe de rangorde wordt bepaald.

“ Artikel 17 – Competitieresultaten

1. De rangorde in een competitie wordt bepaald door het aantal behaalde wedstrijdpunten.

[…] Indien het totale resultaat van de onderlinge competitiewedstrijden geen beslissing brengt of kan brengen dan wordt de rangorde bepaald door: a. de alfabetische volgorde van de naam van de desbetreffende betaald voetbal organisaties, ingeval de reguliere competitie nog niet is geëindigd; of b. het lot, ingeval de reguliere competitie is geëindigd. “

Deze regeling is dus van belang voor het vaststellen van de ranglijst. Wanneer de competitie dus is beëindigd zou men, met inachtneming van de procedure die gevolgd moet worden zoals in artikel 16 is opgenomen komen tot een definitieve ranglijst.

  • Degradatie en promotie

Vervolgens dienen gevolgen worden verbonden aan de ranglijst. Hierop is de Promotie- en degradatieregeling Betaald voetbal van toepassing.

“Titel III – Degradatie van eredivisie naar eerste divisie

 Artikel 2 De (eerste) elftallen die als laagste en als een-na-laagste zijn geëindigd op de ranglijst na afloop van de reguliere competitie van de eredivisie seizoen 2019/’20 degraderen rechtstreeks naar de eerste divisie, seizoen 2020/’21.”

Op grond van de reglementen is het dus simpel. ADO Den Haag en RKC zouden degraderen en de kampioen en de nummer twee van de eerste divisie (Cambuur en De Graafschap dus) promoveren. De voorzieningenrechter meent echter dat dit artikel niet van toepassing is. Wij zijn het daarmee niet eens en lichten dit in het volgende punt toe.

Voor wie het overigens onredelijk zou vinden dat ADO en RKC degraderen, kunnen die clubs op grond van artikel 13 van het Reglement wedstrijden Betaald voetbal toch in de eredivisie geplaatst worden. Dat artikel bepaalt namelijk dat:

“.. Het bestuur Betaald voetbal om bijzondere redenen een betaald voetbal organisatie naar keuze in een hogere divisie kan plaatsen, mits het daarbij geen rechten van anderen schaadt….”

  • Oordeel Voorzieningenrechter

De advocaten van Cambuur en De Graafschap hadden terecht bepleit, dat na het horen van de clubs de ranglijst diende te worden vastgesteld door de KNVB en dat vervolgens de promotie-degradatie van toepassing is. De Voorzieningenrechter oordeelt echter in het vonnis als volgt:

Rechtsoverweging 3.9.3.

Uit de tekst van dit artikel volgt dat de daarin verwoorde promotieregeling alleen van toepassing is als de “reguliere” competitie is uitgespeeld. Dat is hier, zoals de KNVB ook aanvoert, niet het geval.

De competitie is (8 of 9 wedstrijden) voor de afloop daarvan beëindigd en zal ook niet worden afgemaakt. Cambuur en De Graafschap kunnen niet worden gevolgd in hun stelling dat een “ingekorte” competitie ook een “reguliere” competitie is. Regulier betekent volgens het spraakgebruik “gangbaar”, “gebruikelijk”, “normaal”. In dit geval gaat het dus om de competitie zoals die normaal gesproken gespeeld zou worden en dat is de competitie volgens het op grond van artikel 15 van het Reglement Wedstrijden Betaald Voetbal vóór 1 augustus 2019 door het bestuur betaald voetbal bekendgemaakte wedstrijdprogramma en niet een daarna ingekorte procedure.

Rechtsoverweging 3.9.4.

In de Promotie- en degradatieregeling is geen regeling met betrekking tot de promotie en degradatie opgenomen voor het geval dat de competitie wordt ingekort. De regeling voorziet dus niet in de situatie zoals die hier aan de orde is.

De Voorzieningenrechter stelt dat er geen sprake is van een reguliere competitie, maar van een ingekorte competitie en dat het woord “regulier” naar spraakgebruik “normaal” betekent. Hier maakt de Voorzieningenrechter echter een flinke denkfout. Het betreft hier immers een specifieke term uit de reglementen en niet een algemeen woord. Deze reglementen zijn naar verenigingsrechtelijke normen onderdeel van de verbintenis tussen de vereniging (KNVB) en het lid (Cambuur/De Graafschap). Het gaat er dus om wat de deelnemende partijen mogen verstaan onder de term “reguliere competitie”.

Een korte toelichting op de rechtsverhouding tussen het lid en de vereniging. In de juridische literatuur is er een discussie over de manier waarop je de verhouding tussen het lid en de vereniging juridisch kunt duiden. Sommige juristen geven aan dat sprake is van een privaatrechtelijke overeenkomst en andere juristen menen dat het lidmaatschap tussen een lid en een vereniging een rechtsverhouding tussen die twee tot stand brengt die niet contractueel, maar geheel eigen van aard is. Zij wordt wel “organisatierechtelijk” van aard genoemd. Hoe dan ook zijn de wetten en verdragsbepalingen inzake verbintenissen uit de overeenkomst van toepassing.

  • Uitleg bedoeling van partijen bij een verbintenis

In geschillen over de uitleg van een overeenkomst wordt in Nederland het zogenaamde “Haviltex criterium” gehanteerd. Dit betekent in de basis dat bij de uitleg van een overeenkomst niet alleen naar de letterlijke bewoordingen moet worden gekeken, maar ook naar de bedoeling van partijen en naar hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In dit geval is er niet onderhandeld over de overeenkomst maar zijn de termen met akkoord van de leden opgenomen in de reglementen. Belangrijk is dus om te kijken hoe de termen nu specifiek gebruikt worden in de overeenkomst c.q. reglementen.

Wanneer men de herkomst van de term “reguliere competitie” nader onderzoekt en tevens kijkt hoe deze term in de reglementen worden gebruikt, blijkt dat de term “reguliere competitie” niet ziet op een “normale competitie” maar ziet op de competitie lopende het seizoen voorafgaand aan de play-offs, nu de plays-offs een verlenging c.q. bijzondere voortzetting zijn van de competitie van dat seizoen. Regulier ziet dus helemaal niet op “normaal” maar heeft hier juist een bijzondere betekenis voor de deelnemende partijen. De specifieke betekenis van de term is dus van groot belang.

Daarnaast kan er nog worden gediscussieerd of het om, zoals de voorzieningenrechter aangeeft, een inkorting van de competitie gaat,  of om enkel de constatering dat diverse wedstrijden door de maatregelen van de overheid niet tijdig gespeeld kunnen worden (het seizoen loopt immers op grond van de reglementen van 1 juli tot en met 30 juni). In beide gevallen voorzien de reglementen hier prima in en is er geen reden voor de KNVB om af te wijken van de reglementen. Op grond van de afwikkeling van de competitie zoals deze conform artikel 16 van de reglementen had moeten plaatsvinden had dit dus moeten leiden tot een ranglijst waarmee de “reguliere competitie” was afgewikkeld en dus tot promotie/degradatie. Het besluit van de KNVB had dan ook moeten worden vernietigd nu deze in strijd met de geldende reglementen is genomen.

  • Vervolg

Hoewel wij ons kunnen voorstellen dat andere belangen meespelen en clubs niet tot in den treure willen procederen zijn sommige juridische discussies het waard om niet op te geven. Dit is een dergelijke principiële discussie, die een langer en diepgaander debat rechtvaardigt. Zowel sportief als juridisch gebied. Immers, het betreft hier een belangrijke kwestie waarin een verenigingsorgaan met een sportief statutair doel en een monopolie positie zelfstandig en ondanks de tegenstrijdige wens van de meerderheid van de clubs onbegrijpelijke besluiten neemt over de toekomst van bedrijven (de BVO’s). Dit strookt niet met elkaar en dit is een duidelijk moment waarop die belangen botsen, maar de deelnemende partijen ook nauwelijks rechtszekerheid hebben en onderhevig zijn aan verenigingsrecht met alle daarbij komende onvolkomenheden. Een debat over een alternatieve opzet van de competitie en met name het eigenaarschap van die competitie zou niet verkeerd zijn. Onze verwachting is echter dat ook deze clubs weer het hoofd in de schoot gooien en de strijd staken na een “goed gesprek” met de KNVB. Al zou dit eeuwig zonde zijn.

Contact  
Voor vragen, advies of ondersteuning. Neem gerust contact op met onze sportrecht specialisten mr. Lars Westhoff en/of mr. Remco Wortel